Ook Gerechtshof Den Haag bevestigt zelfstandig ondernemerschap gastouder

Den Haag, 3 juli 2017 – Ook het Gerechtshof Den Haag heeft afgelopen week bevestigd dat een gastouder zelfstandig ondernemer kan zijn. Dit is tot nog toe de hoogste gerechtelijke uitspraak die ingaat tegen het arrest van het Hof Arnhem-Leeuwarden van 17 augustus 2016. Brancheorganisaties en de Belastingdienst staken hun inspanningen om te komen tot een proefprocedure.

Zelfstandigheid

Allereerst maakt het Hof in deze zaak duidelijk dat de ouders de opdrachtgevers van de gastouder zijn waarmee de gastouder overeenkomsten van opdracht sluit. Voorts stelt het Hof dat de gastouder over voldoende zelfstandigheid beschikt ten opzichte van ouders waarvoor zij werkt. De gastouder bepaalt zelf hoeveel uren zij werkt en wanneer zij dit doet. Een ouder dient zelf voor vervanging te zorgen als de gastouder niet beschikbaar is. Ook bepaalt de gastouder zelfstandig haar tarief. Dat het tarief is afgestemd op het maximale uurtarief waarover ouders kinderopvangtoeslag krijgen, doet daar volgens het Hof niets aan af.

Ook is deze gastouder voldoende zelfstandig ten opzichte van de gastouderbureaus waarmee zij samenwerkt. Het gastouderbureau heeft als wettelijke taken zorg te dragen voor het tot stand brengen en begeleiden van gastouderopvang en het doorgeleiden van de betalingen van ouders aan gastouders. Het Hof acht de invloed van de gastouderbureaus dan ook beperkt en niet van invloed op de zelfstandigheid van de gastouder.

Het toezicht op de naleving van de wettelijke bepalingen door de gastouder wordt uitgeoefend door het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente waarin de gastouder haar werkzaamheden verricht en door de bijbehorende GGD. Als de gastouder de wettelijke voorschriften onvoldoende naleeft, is de gemeente bevoegd maatregelen te nemen. Het bestaan van wettelijke voorschriften en het bijbehorende toezicht leiden evenmin tot te weinig zelfstandigheid om als ondernemer te kunnen worden aangemerkt.

Overige ondernemerscriteria

Deze gastouder realiseerde in een periode van negen jaar omzetten tussen de € 1.900 en € 26.000 per jaar. Ze ving meerdere jaren zes tot zeven kinderen op van vier verschillende ouders. Daarmee voldeed zij volgens het Hof aan de eisen van duurzaamheid, omvang en beschikbare tijd.

Ook maakte deze gastouder volgens het Hof haar werkzaamheden voldoende bekend naar buiten. Zo maakte ze onder meer reclame via haar eigen facebookpagina, visitekaartjes en website. Tevens liep de gastouder ondernemersrisico’s zoals debiteurenrisico en risico op schade ontstaan tijdens de opvang. Of deze risico’s zich daadwerkelijk manifesteren acht het Hof niet relevant. Ook het feit dat een gastouder weinig investeert, acht het Hof niet relevant omdat dit inherent is aan de aard van de activiteiten.

Brancheverenigingen verguld

De Brancheorganisatie Kinderopvang, VGOB en het Platform Gastouderopvang zijn verguld met dit arrest. “Het arrest onderkent hoe in de praktijk ouders, gastouders, gastouderbureaus en toezichthouders zich tot elkaar verhouden en verbindt daar de juiste consequentie aan,” aldus Sebastiaan Dekkers van het Platform Gastouderopvang.

Geen proefprocedure

De Belastingdienst en de brancheorganisaties hebben inmiddels vastgesteld dat er op dit moment nog meer dan tien beroeps- en hoger beroepsprocedures lopen bij diverse rechtbanken en gerechtshoven. Daarom vinden partijen het op dit moment niet zinvol om een proefprocedure te starten.